Ik droomde van Afrika (deel II)

Ik droomde van Afrika (deel II)

Vanonder mijn golfplaten dak kreeg ik de gelegenheid nader kennis te maken met dit continent en zijn gewoonten. Omdat ik de enige blanke was en niet bepaald in een toeristisch oord zat, kreeg ik de enige en beste training om in te burgeren. 

Ik was alleen en kon geen kant op.

Zo kreeg ik de volle lading over me heen, waarbij ik steeds meer het besef van een Ik kwijtraakte omdat daar geen plaats was. Noch voor Tijd. Hier was geen tijdsbesef behalve dat het ’s ochtends licht werd en rond zes uur ’s avonds donker. 

Elke ochtend namen we ons voor om ergens naartoe te gaan. Dat wil zeggen, deed ik een poging om iets voor mezelf te ondernemen waarbij ik afhankelijk was van de medewerking van anderen.

Die medewerking bestond eruit dat iedereen meewilde. Of dezelfde richting uit of een andere. 

Wanneer ik in onze auto wilde stappen, bleek die al vol passagiers te zitten die zoveel gewicht met zijn allen hadden dat de onderkant van de auto bijna de grond raakte en hij vervaarlijk wiebelde als iemand zich bewoog. Dan bleek dat we ‘Eerst nog even ergens anders naartoe moesten’. Dat werd ook altijd de uiteindelijke bestemming ‘ergens anders’. Het ‘even’ werd een hele dag omdat we om de vijf minuten moesten stoppen om iemand te begroeten. Daarom reden we ook stapvoets. We moesten er toch steeds uit. Niet uitgebreid groeten of nee zeggen bleek de grofste vorm van cultuurschending.

In mijn binnenste ontwikkelde zich een grote knoop.

Mijn gevoel voor tijd, mijn gewoonte om te plannen, mijn behoefte om mijn eigen gang te gaan, mijn overtuiging dat iets mijn bezit was of mijn streven om duidelijk te zijn, had geen enkele waarde hier. 

Hier was niets van niemand. Hier moest je meedeinen met de rest. 

Voor mijn individualistische overtuigingen was hier geen enkele plaats en ik raakte ontwricht. Dat gaat nog verder dan gefrustreerd. Ik raakte de basis van mijn Zijn kwijt en daarmee groeide mijn overtuiging dat ik nooit mijn cultuur los zou kunnen laten. 

Aanpassen, Allah. Maar loslaten. God beware me.

Heldhaftig probeerde ik van alles uit om toch maar iets van ruimte te maken voor mijn Ik-gevoel. Zo liet ik me op een taxibrommertje de stad door rijden. Bracht ik middagen door in een zwembad vol hagedissen die over me heen liepen. Liep ik een kleurrijke markt over waarin ik alleen maar werd aangegaapt. Werd ik achterna gezeten door hordes kinderen die ‘Bature’ riepen. Probeerde ik op hoge hakken en een strak jurkje mijn westerse identiteit terug te krijgen. Maar niets hielp. Ik bleef een vreemdeling die de taal niet sprak en nergens een individuele poot aan de grond kreeg. 

En die poot hield ik stijf. Ik kon deze niet loochenen.

In de derde week brachten wij een bezoek aan een aangrenzend land en had ik nog de stille hoop ergens een wild dier te ontwaren. Los van de prikmuggen, vliegen en hagedissen. Dan zou ik toch nog met een spannend avontuur thuis kunnen komen. 

Het enige wilde dier dat ik uiteindelijk tegenkwam was een aap. 

Een aap aan een touwtje in een boom. Een aap die mijn toenadering als een aanval interpreteerde waarop hij zijn vlijmscherpe tanden in mijn hand zette. De wond aanschouwend viel ik subiet flauw en belandde in een plaatselijk ziekenhuis waar ik scherp oplette dat de naald die ze wilden plaatsen uit een nieuw pakje kwam. De hechting die daarop volgde, leidde tot een zich uitbreidende ontsteking waarop ik naar mijn instinct luisterde en na drie dagen het vliegtuig terug naar Nederland nam. 

Van eenendertig graden boven Celsius vloog ik naar tien graden onder nul. Terug naar de planeet die ik kende. Vijf kilo lichter en een wond rijker reed ik vanaf het vliegveld gelijk naar het Academisch Medisch Centrum. Waar ik net op tijd aankwam en men zonder verdoving alle steekjes loshaalde die daarvoor waren gezet. Ik had het er allemaal voor over. Al die pijn. Het maakte me allemaal niets meer uit. 

Ik was weer thuis. 

Waar we ook naartoe gaan, we nemen altijd onze cultuur mee. Daarmee krijgen we de moeilijkste opdracht om ons aan te passen zónder onze eigen cultuur te verloochenen. Mij is dat niet gelukt. Onze huidige samenleving is het bewijs dat ik daar niet de enige in ben. Het enige verschil is dat ik ervoor heb gekozen naar huis terug te gaan. Die keuze hád. En hier veel mensen blijven worstelen. 

Integratie is een illusie, een ander land een droom.

het enige
wilde
dier
dat ik uiteindelijk
tegenkwam
was
een aap

Menu