Fatsoenlijk Glas

 

Het thema van Haas & Konijn voor 2017 is duurzaamheid. 

Eerlijk gezegd is dit ons levensthema. Op 12 jarige leeftijd schreven we ons eerste ingezonden stuk over olievervuiling door een gestrande tanker en als we ergens een hekel aan hebben is dat verspilling. Daar zit niet alleen een soft ideaal achter. Het wordt bij ons zeker ook gevoed door een zakelijke gedachte.

Wellicht dat dát de reden is dat bedrijven steeds meer duurzaamheid opnemen in hun (personeels) beleid en marketingcampagnes. Het verkoopt goed én het is nodig voor de continuïteit. Dat is goed voor de portemonnee. 

Onlangs gingen we voor de lol eens googlen wat er zoal wordt aangeboden om bedrijven te helpen met het thema duurzaamheid. Daar schrokken we best van. We werden bedolven onder een lawine aan congressen, workshops en duurzaamheidbureaus met allemaal ontzettend gezonde, energieke en stralende mensen die stonden te trappelen van enthousiasme om het samen te gaan hebben over duurzaamheid.

Tot zover prima.

Wij staan dan echter direct te trappelen om erachter te komen wat die gezonde, energieke en stralend trappelende mensen ná dat congres, workshop of advies gaan doen. Hoe gaan ze die mooie theorie vertalen naar de praktijk. Handen en voeten geven aan het geformuleerde beleid. Dan wordt het voor ons pas interessant. En geloofwaardig.

In de praktijk zijn we tot nu toe één bedrijf (*) tegen gekomen die hierin slaagt. Toevallig een bedrijf met wie we al meer dan tien jaar samenwerken. Logisch ook. Omdat echte duurzaamheid zich overal in de organisatie laat vertalen. Ook in de samenwerkingsrelatie komt die terug, zoals we in een eerder artikel schreven.

Wat doet dit bedrijf? Op het meest elementaire niveau nodigen ze hun medewerkers tot een gezonde levensstijl. Je kunt staan aan je bureau, je mag fietsen tijdens het overleg en er staan appeltjes op tafel. Werknemers sporten op kosten van hun werkgever en krijgen de gelegenheid om kosteloos een mindfulness cursus te volgen. Eerlijk is eerlijk. Niet alles werkt.

Het verbannen van suikerklontjes was geen echt succes omdat de vrachtwagenchauffeurs, zonder suiker in hun koffie, het vertikten goederen af te leveren.

Maar dan nóg. Dit bedrijf durfde het wel te proberen. 

Het meest blij werden wij persoonlijk van hun theeglazen. In plaats van die achterlijke stapelbare bakjes waar volgens ons maximaal 50 cc vocht in past, een hoeveelheid waar een mier nauwelijks voldoende aan heeft, konden we hier in de kast heerlijke glazen pakken die tenminste zoden aan de dijk zetten wanneer je dorst hebt. Glazen van minimaal 350 cc. Met die glazen nodigen ze medewerkers uit om iets te doen wat gezond voor ze is zonder dat die medewerkers het door hebben. Daar waar ik jaren geleden volgens collegae een infuus voor nodig had, voldoende vocht, is hier helemaal niet nodig. Je pakt gewoon een glas.

Duurzaamheid krijgt pas betekenis wanneer je er handen en voeten aan geeft. Of je medewerkers een fatsoenlijk glas.

(*) Zalsman BV, uitgeroepen tot het meest vitale bedrijf van Nederland

 

 

een hoeveelheid
waar
een mier
nauwelijks
voldoende
aan heeft

 

 

Menu