Kaarten met sigaretten

 

‘Hoi mam, hoe is het?’ vroeg ik die avond door de telefoon. Halfzeven. Gelukkig was ik deze dag op tijd. ‘Wel goed’, zei mijn moeder. ‘Ook al word ik een stukje ouder.’ Mijn moeder is drieëntachtig. Ik vroeg of ze die avond, zoals altijd, weer ging kaarten. ‘Ja natuurlijk.’ Maar na een korte stilte voegde ze eraan toe: ‘Alhoewel, mevrouw H. doet de laatste tijd wel wat raar.’ 

Mevrouw H. woont tegenover mijn moeder. Ze is miljonair. Woont in een kast van een huis en vertikt het één cent uit te geven waardoor je bijna glijdend het huis ingaat. Zo oud en versleten is het tapijt. Desalniettemin kaart mijn filantropisch ingestelde moeder al jaren samen met haar en steekt ze elke avond, klokslag halfacht, de straat over. 

Richting mevrouw H. 

‘Raar? Hoezo?’ vroeg ik. Mijn moeder begon met de uitleg. ‘Nou kijk. Mevrouw H. drinkt altijd koffie en rookt sigaretten. Of ze nu ziek of gezond is. Een pakje sigaretten ligt altijd op tafel. De laatste keer dat wij kaartten, legde ze tijdens het spel een sigaret op tafel.’ Daarop had mijn moeder mevrouw H. vertwijfeld aangekeken. ‘Mevrouw H., dat is geen kaart, dat is een sigaret’, had ze gezegd in een poging het potje kaarten nog te redden. Maar mevrouw H. had stellig geantwoord dat die erbij hoorde en rustig de sigaret naast de harten Boer laten liggen. In haar mateloze wijsheid had mijn moeder deze waarheid maar geaccepteerd. 

Sindsdien vormen sigaretten een vast onderdeel van het kaartspel. 

Of we nu beroepsmatig bezig zijn of privé, we krijgen altijd te maken met een inzichtgevend kwadrant. Zoals bijvoorbeeld het Johari-venster. Een model dat ik ooit aangereikt heb gekregen en dat nog altijd een euforisch gevoel bij mij oproept. 

Johari! Jehova! 

Deze vrouw behoorde echter overduidelijk in het eerste kwadranthokje van Maslov. Linksonder. Onbewust Onbekwaam. En niemand kreeg haar daaruit. Privé is dat al lastig om mee om te gaan. Als coach
kan het behoorlijk frustrerend zijn. Want één van onze manieren om te komen tot gedragsverandering, is cliënten, met de klok mee, dus rechtsom, dit leerkwadrant te laten doorlopen. 

Van Onbewust Onbekwaam naar Bewust Onbekwaam via Bewust Bekwaam naar rechtsonder Onbewust Bekwaam. 

Maar wat als dat niet lukt of werkt? Zoals ik laatst anderhalf uur als een Jehovagetuige bezig was geweest een klant zich Bewust te laten worden van zijn Onbekwaamheid. En anderhalf uur een live-uitzending meemaakte van alle vormen van verbale weerstand die in de literatuur zijn beschreven. Veralgemeniseren. Tegenvragen stellen. In de aanval gaan. Op een ander onderwerp overgaan. Alleen nog ja of nee zeggen. Zwijgen. Geen antwoord geven op de vraag. Van alles en nog wat erbij halen of gewoonweg dwars door jou heen gaan tetteren. 

Zodat ik na anderhalf uur ernstig overwoog om zelf maar in het hokje linksonder te gaan zitten. 

Hier kwam ik niet uit. 

Na een paar uur te hebben vertoefd in dat hokje, schoof ik, mét de klok mee, omhoog richting Bewust Onbekwaam. Ergens begon ik zicht te krijgen op mijn eigen Onbekwaamheid. Realiseerde ik me dat deze persoon misschien niet in staat was te denken over zichzelf. Laat staan het vermogen had in de spiegel te kijken en te reflecteren op zijn gedrag. 

Ontbreekt dit mentaliserend vermogen, dan begeef jij je als coach op een grensgebied tussen coachen en therapie en heb je een specifieke techniek nodig. Een techniek die ik naar mijn idee voor deze cliënt onvoldoende beheerste. 

Bewust Onbekwaam. 

Met dit inzicht bleef ik tevreden in dit hokje zitten. En heb de opdracht teruggelegd. 

Ik kaart namelijk niet met sigaretten. 

 

sindsdien
vormen
kaarten
een vast
onderdeel
van het
spel

Menu