Kind van de rekening


Dat ieder willekeurig wezen op deze aarde een kind mag krijgen en opvoeden is een raar gegeven. Zónder dat we hiervoor geleerd hebben of over een bewijs van vermogen beschikken, mogen we zomaar een kind werpen en ermee doen wat wij willen.

Zoals het ons goeddunkt.

Wanneer ik zie dat volwassenen, van wie je een gezond verstand verwacht, daar al een potje van maken, rijzen mij de haren te berge.
Wanneer ik mensen die hun zaakjes minder goed op orde hebben, met kinderen zie lopen, staat me huilen nabij. Een keer kon ik wel janken toen ik een duidelijk beschonken vader met zijn zoontje op de arm over straat zag zwalken. Een potentiële cliënt in de dop.

Dat doet mij pijn.

Toen ik met mijn pasgeboren baby in de lift stond, bogen mensen zich vertederd over deze nieuwe wereldbewoner. Ik voelde me een echte moeder. Totdat ik de huisdeur achter me sloot en geen enkel idee had hoe te handelen. Als moeder. Toen de kleine begon te huilen, vermoedde ik dat hij wilde drinken. Aangezien er nog weinig te halen viel bij zijn kersverse moeder moest ik mijn toevlucht nemen tot Het Flesje. Had iemand mij verteld hoe dat werkte? Nee dus. In paniek een vriend gebeld die daar meer verstand van had. De toenmalige vaderhelft wist nog minder dan ik. De eerste luier wikkelde ik op goed geluk om zijn billen.

Het principe had iets van met vleugeltjes, wat ik al wél kende.

Boven de wieg hangend, kijkend naar deze volwassene-in-spe, had ik altijd een duidelijke boodschap. Vol liefde en vertedering keek ik hem diep in zijn bruine oogjes en zei zachtjes: ‘Er is maar één de baas en dat ben ik.’ Dat was een van de weinige dingen die ik wel wist. Dat ik allereerst de leiding had over dit project. Hij daarna kon volgen.

De tweede boodschap die hij regelmatig van mij meekreeg, was: ‘Het leven is hard, je krijgt niet altijd wat je wilt.’ Niet dat ik bewust koos voor een meedogenloze benadering. Wel wist ik dat mijn taak als ouder erin ligt mijn kind te leren omgaan met tegenslagen en frustraties omdat die, hoe dan ook, in het leven besloten liggen. Kun je daar niet mee omgaan, dan ben je verloren. Voor de rest dompelde ik dit geweldige geschenk in een bad van grenzeloze en onvoorwaardelijke liefde.

Daar ligt natuurlijk de basis.

Op ettelijke plaatsen waar je moeders tegenkomt, keek ik stomverbaasd naar de infantiele omgangsvormen die zij dachten te moeten hanteren. ‘Kijk, een broembroem.’ Of een langgerekt ‘Dat doet au, hè!’ Au? Wat was dat voor een woord? Elk zelfstandig naamwoord moest plastische chirurgie ondergaan omdat het te groot was.

Kastje. Boekje. Bedje. Potloodje. Balletje.

Vind je het raar dat die kinderen op school problemen met de Nederlandse taal krijgen? Tot slot vraag ik me nog steeds af wat het nut is van drie octaven hoger tegen een kind te praten. En waarom zijn of haar identiteit een knauw moet krijgen door consequent in de wij-vorm te praten. ‘Dat doen wij niet, hè.’

Hoezo, wij. Híj deed het toch. Of zij. Wil je dat kind nu echt in de war brengen?

Daar zag ik ouders heel goed in zijn. In de war brengen. ‘Nee schatje. Nee lieverd. Kom van die plank af.’ Alleen de herinnering hieraan brengt alweer irritatie bij mij teweeg. Ouder zegt ‘nee’ met gezicht afgewend. Kinderen gaan door en ouders kijken elkaar lachend verontschuldigend aan.

Het apengedrag van hun kroost bevestigend.

Vanaf deze plaats wil ik al deze ouders hartelijk bedanken omdat zij mij een broodwinning hebben gegeven. Door inconsequent te zijn. Hun kinderen een te rooskleurig en irreëel beeld te hebben gegeven van wat het leven van hen vraagt. Hun apen de boodschap te hebben meegegeven dat infantiel gedrag lonend is, klein maken de norm is en hij of zij nergens voor verantwoordelijk is.

Dank u wel. Dat ik dit samen met uw kind weer recht mag breien. Alleen jammer dat de rekening uiteindelijk voor hem of haar is.

Niet voor u.

boekje
balletje
pennetje
broembroem
kastje
bedje
potloodje
au

 

 

Menu